home \ improvisatie tips
Hier zijn wat tips ter overweging. Probeer ze uit en experimenteer!
1. Leer verschillende toonladders spelen (pentatonisch majeur en mineur, zuiver majeur en mineur, harmonische mineur, etc.). Leer hoe ze klinken en welk gevoel ze bij je oproepen. Leer ze vloeiend uit je hoofd spelen.
2. Herhaal tonen alleen als je dat echt wilt. Herhaal tonen niet omdat je niet weet wat anders te doen; niets spelen (een rust) is beter.
3. Speel tonen via een toonladder. Accentueer een toon, en ga van daaruit omhoog of omlaag via de toonladder naar een toon die je ook een accent geeft. Bijvoorbeeld C-d-e-f-G-f-e-f-G-a-b-c-D-C (de noten met een hoofdletter krijgen een accent).
4. Ritmische variatie. Verander de duur van tonen. Bijvoorbeeld: kort-kort-lang, kort-lang-kort. Varieer dat patroon zelf ook. Bouw rusten in. Speel af en toe na de tel (op de "en" in 1-en 2-en 3-en 4-en). Gebruik triolen, en voorkom dat je je solo in hetzelfde ritme als de begeleiding speelt.
5. Bending (snaren opdrukken) is een techniek die je solo kan maken of breken. Als je een snaar opdrukt, zorg er dan voor dat je een duidelijke, zuivere toon krijgt. Druk alleen snaren op als je daar bewust voor kiest, gebruik het niet als trucje. Luister naar wat je speelt: een snaar opdrukken zonder te luisteren naar hoe het klinkt is desastreus voor je solo.
6. Luister naar hoe de tonen die je speelt samenklinken met de begeleiding. Past het? Klopt de sfeer? Kun je de toon laten liggen, of moet er meteen een op volgen?
7. Gebruik slides, hammer-on en hammer-off en vibrato om je solo vloeiender te maken. NB pas op met "automatische vibrato". Ook hier geldt: doe het alleen bewust.
8. Speel af en toe meerdere tonen tegelijkertijd.
9. Ontwikkel snelheid. Blijf daarop oefenen. Ook als je langzaam soleert heb je snelheid nodig./p>
10. Speel af en toe grotere afstanden tussen tonen, niet alleen de volgende toon in de toonladder (zie punt 3). Maak “phrases”, een nieuwe phrase kan op een ander punt in de toonladder starten.
11. Oefen arpeggios, gebruik ze in je solo.
12. Bouw rusten in. Net als wanneer je praat. Soms blijf je even stil om de luisteraar te laten verwerken wat je zojuist hebt gezegd (of gespeeld).
13. Speel ook tonen tussen de tonen van de toonladders (chromatiek).
14. Speel een vraag en antwoord spel in je solo.
15. Maak af en toe grote sprongen, bijvoorbeeld door van positie te veranderen (bijvoorbeeld in A mineur van positie V naar positie XII).