home \ muziektheorie I \ pagina 4
Laten we naar die andere toonladder kijken, de mineurtoonladder, waar de verhouding tussen de tonen anders ligt.
We kijken naar de toonladder van A mineur. Net als de toonladder van C majeur is deze makkelijk te onthouden, omdat er geen mollen of kruisen in zitten. Dit is de toonladder:

Net zoals alle toonladders kun je deze toonladder omhoog herhalen (je herhaalt "na het octaaf"):

De verhouding tussen de tonen in de toonladder van A mineur is:

Dus:"heel half heel heel half heel heel"
Er zit een hele toon tussen A en B.
Er zit een halve toon tussen B en C.
Er zit een hele toon tussen C en D.
Er zit een hele toon tussen D en E.
Er zit een halve toon tussen E en F.
Er zit een hele toon tussen F en G.
Er zit een hele toon tussen G en A.
Als je deze toonladder op een enkele snaar op de gitaar speelt, zie je de duidelijk de afstand tussen deze tonen:

Op de piano ziet het er als volgt uit:

Dit is de toonladder van A omdat hij op A start. Het is de toonladder van A mineur vanwege de verschillende afstanden tussen de tonen.
Ook hier is de verhouding tussen de eerste toon (de grondtoon/tonica) (de A) en de derde toon (de C) bijzonder belangrijk. We zagen eerder al dat de derde toon de "terts" wordt genoemd.
In deze toonladder is de afstand tussen de A en de C anderhalve toon. Dat is een kleine afstand, vandaar dat we het een kleine terts noemen. Anderhalve toon = kleine terts.
Een mineurtoonladder creƫert subjectief een "melancholische", "droevige", "sombere" sfeer. De mineurtoonladder wordt ook wel "kleine tertstoonladder" genoemd.
Dit is hoe je de toonladder van A mineur op gitaar kunt spelen:
