home \ muziektheorie I \ pagina 5
We hebben de twee belangrijkste toonladders behandeld: majeur en mineur. We hebben hiervoor de eenvoudigste toonladders gebruikt: C majeur en A mineur. Beide toonladders bestaan alleen uit stamtonen; geen kruisen of mollen.
Wacht eens even.. de toonladders van C majeur en A mineur bestaan uit dezelfde tonen! Het enige verschil is de grondtoon(!):

Goed gezien! Als je een majeurtoonladder vanaf de zesde toon speelt (of beter, als je van de zesde toon de tonica/grondtoon maakt), dan heb je een mineurtoonladder vanaf die nieuwe grondtoon!
En omgekeerd: als je een mineurtoonladder speelt vanaf de derde toon (… als je de derde toon van een mineurtoonladder de grondtoon maakt), dan heb je een majeurtoonladder vanaf die nieuwe grondtoon!

Dus: C majeur en A mineur bestaan uit dezelfde tonen, maar de grondtoon/tonica is verschillend.
Op deze manier heeft elke majeurtoonladder eem broertje/zusje, en vice versa.
Wat is een toonsoort?
Als je majeur- en mineurtoonladders op verschillende tonen wilt laten beginnen, gelden dezelfde regels: elke toon krijgt een eigen letter, en de afstanden tussen de tonen zijn W-W-H-W-W-W-H (majeur) of W-H-W-W-H-W-W (mineur). Voordat we meer precies bekijken hoe je toonladders maakt die op andere tonen beginnen, moeten we eerst iets anders bekijken: toonsoorten.
Songs (of formeler "composities") bestaan grofweg uit een melodie, ritme en begeleiding. De toonsoort ("key" in het engels) gaat alleen over de melodie en de melodische of harmonische begeleiding. Ritme maakt geen deel uit van de toonsoort.
De melodie en begeleiding bestaan uit tonen. De melodie (dit kan ook een solo zijn!) is een opeenvolging van tonen, de begeleiding bestaat meestal uit akkoorden (meerdere tonen tegelijk).
De tonen van de melodie en de akkoorden komen uit dezelfde toonladder. De melodie gaat op en neer, in allerlei variaties, via de tonen van de toonladder. De akkoorden zijn opgebouwd uit tonen uit diezelfde toonladder.
De melodie vindt een rustpunt in de grondtoon van de toonladder. Het akkoord dat de grondtoon als basis heeft, biedt ook een soort statische rust. Alle andere tonen van de toonladder zorgen voor een zekere spanning. We zeggen wel dat tonen en akkoorden willen "oplossen" naar de grondtoon. Pas wanneer je de grondtoon speelt in een melodie of begeleiding, voel je je 'thuis', met beide benen op de grond.
Dit is een voorbeeld van een melodie en akkoorden die niet overgaan in de grondtoon. Omdat het niet "thuiskomt", voelt het alsof het niet af is:
Vervolgens dezelfde melodie en akkoorden die wel in de grondtoon overgaan:
De fragmenten zijn afkomstig uit de compositie "Greensleeves", gecomponeerd door Francis Cutting, ergens rond 1580.