home \ muziektheorie I \ pagina 6
De grondtoon en de bijbehorende toonladder (majeur of mineur!) zijn dus erg belangrijk in de muziek. De toonladder die in een song wordt gebruikt, bepaalt de toonsoort.
Een toonsoort is een grondtoon, gevolgd door "majeur" of "mineur".
Een song kan in C majeur staan. Het bestaat dan uit een melodie met tonen uit de C majeur toonladder en akkoorden die opgebouwd zijn uit de tonen van de C majeur toonladder. Een song kan ook in A mineur staan. Op dezelfde manier kan de toonsoort "C mineur", "F majeur", "G majeur", enz. zijn.
Later gaan we kijken naar die andere toonsoorten (anders dan C majeur of A mineur).
Het is gebruikelijk dat composities tonen bevatten die niet in de toonladder thuishoren (in zowel de melodie als de begeleiding). Dit zijn dan uitzonderingen, deze tonen beinvloeden de toonsoort niet. De toonsoort wordt bepaald door de dominante tonen en grondtoon.
Stel je voor dat een song in de toonsoort C majeur staat en de zanger vraagt om het lied bijvoorbeeld twee tonen hoger te spelen, omdat dat beter bij zijn of haar stembereik past.
In zo'n geval moeten alle tonen in de song, zowel de melodie als de begeleiding, twee tonen hoger gespeeld worden. De verhouding tussen de tonen blijft exact hetzelfde. Alles blijft hetzelfde, behalve dat alles twee tonen hoger is. Dit heet transponeren.
Wanneer je twee tonen omhoog transponeert, transponeer je de song van de toonsoort C majeur naar de toonsoort E majeur (van C naar E zijn twee hele tonen).
Op de gitaar is dit vrij eenvoudig: je speelt alles vier frets hoger (één fret is een halve toon, twee frets is één toon > vier frets is twee tonen):

Oospronkelijke melodie in C

Getransponeerde melodie in E: vier frets hoger
Merk op dat er in het notenschrift van de tweede melodie veel kruisen (#) worden gebruikt. Als je een melodie transponeert, heb je normaal gesproken kruisen of mollen nodig. Maak je geen zorgen, daar komen we later op terug!
Transponeren moet niet verward worden met moduleren. Je spreekt van moduleren wanneer je tijdens het nummer van toonsoort verandert. Je kunt bijvoorbeeld in een tussenliggend gedeelte van een nummer moduleren van d-mineur naar b-mineur, wat een zeer dramatisch effect geeft. Na het tussenliggende gedeelte moduleer je terug naar d-mineur. De compositie bestaat dan uit twee toonsoorten. De dominante toonsoort is hier d-mineur, omdat het daar begon en "thuis" komt.
Een ander veelvoorkomend voorbeeld is "een toontje hoger". Aan het einde van een nummer wordt een bekend meezingrefrein herhaald, en helemaal aan het einde wordt het hele refrein een toon hoger gemoduleerd.
Bij moduleren doe je hetzelfde als transponeren. Het maakt echter deel uit van de compositie en is slechts "tijdelijk".