home \ muziektheorie II \ pagina 7
We hebben al een paar keer naar de toonladder van C majeur gekeken. Het is de meest eenvoudige toonladder. Laten we die toonladder er nog eens bijpakken, en kijken naar de relatie/afstanden tussen de tonen:

In deel I van de cursus hebben we gekeken naar de afstand tussen de tonen als hele en halve tonen. We zouden ook kunnen zeggen dat de afstanden grote en kleine secundes zijn. Dat zou echter geen enkel nut hebben.
Wat wel zinvol is, is om te kijken naar de intervallen vanaf de grondtoon (tonica). Als we dat doen, krijgen we de volgende intervallen:
Kijk er eens naar, en vraag je af waarom dit de toonladder is van C majeur... alle intervallen zijn rein of groot!
Laten we nu kijken naar de toonladder van A mineur. Dit zijn de intervallen:
De terts, sext en septiem zijn allen klein. (De secunde is de uitzondering).
Desondanks is het enige echt belangrijke verschil tussen majeur- en mineurtoonladders de terts.
Er zijn (speciale) mineurtoonladders met een grote sext en/of septiem, maar een mineurtoonladder met een
grote terts zal nooit bestaan.
Verder in de cursus wordt dieper ingegaan op andere toonladders. Laat het voor nu rusten.
Samengevat kun je zeggen dat een majeurtoonladder bestaat uit een reine prime, een grote secunde, grote terts, reine kwart, reine kwint, grote sext en groot septiem:
Een minuertoonladder bestaat uit een reine prime, grote secunde, kleine terts, reine kwart, reine kwint, kleine sext en klein septiem:
Deze kennis kun je toepassen op andere toonladders. Laten we naar de toonladder van D majeur kijken:
De toonladder van D majeur is dus:
D-E-F#-G-A-B-C#
Laten we hetzelfde doen voor een mineurtoonladder, de toonladder van G mineur:
De toonladder van G mineur is zo:
G-A-Bb-C-D-Eb-F
Zoals je ziet, hangt het allemaal met elkaar samen! En niet alleen toonladders en intervallen, maar ook akkoorden, waar het volgende deel van deze cursus over gaat.
Toonladders, intervallen en akkoorden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden!