home \ muziektheorie III \ pagina 1
Je spreekt van een akkoord wanneer drie of meer verschillende stamtonen verbonden zijn (tegelijk gespeeld, of op een andere manier duidelijk gegroepeerd).
De stamtonen moeten verschillend zijn, dus elke toon heeft een eigen letter:
De verschillende stamtonen maken dus het akkoord. Dit heeft enkele implicaties die belangrijk zijn voor gitaristen:
De volgorde van de tonen verandert niet de naam van het akkoord, een andere volgorde klinkt echter wel anders. Je kunt bijvoorbeeld het C majeur akkoord op verschillende manieren spelen op gitaar.

Op gitaar kun je alle tonen tegelijk spelen, achter elkaar, of een creatieve combinatie daarvan. Het blijft een akkoord:

A mineur akkoord op verschillende manieren gespeeld. Het is een akkoord zolang de tonen duidelijk bij elkaar horen.
Als je de tonen van een akkoord achterelkaar speelt, heet dat een gebroken akkoord. Als je de tonen van een akkoord op volgorde van laag naar hoog en vice versa speelt, dan heet dat een arpeggio.
Mineur wordt vaak afgekort tot "m" of met een liggend streepje "-".
Bij majeurakkoorden wordt niets vermeld. Zo is C = C majeur, terwijl Cm of C- = C mineur.
Een enkele keer zie je echter een hoofdletter M bij een majeur akkoord, zoals CM. Dat is voor drieklanken eerder verwarrend dan verhelderend.
Echter, later in deze cursus kijken we naar vierklanken (akkoorden met vier verschillende tonen).
In dat geval is het juist wenselijk als er een hoofdletter M gebruikt wordt (een beetje vooruitlopend: er is een verschil tussen bijvoorbeeld C7 en CM7).
De bastoon van een akkoord is de laagste toon van het akkoord.
De grondtoon van een akkoord is de toon die het akkoord zijn naam geeft.
Deze twee hoeven niet hetzelfde te zijn.
Laten we kijken naar het C majeur akkoord. De tonen van dit akkoord zijn:
C - E - G
Als je deze tonen in een andere volgorde speelt, blijft het een C majeur akkoord. De grondtoon blijft C, de bastoon (laagste toon) verandert echter:
Al deze akkoorden worden C majeur genoemd. Door echter telkens een andere toon als laagste te spelen (de bastoon te veranderen), wordt de volgorde van tonen omgekeerd. Akkoorden waarbij de bastoon niet gelijk is aan de grondtoon worden omkeringen genoemd. Als de bastoon van een akkoord gelijk is aan de grondtoon, spreek je van de grondpositie:
C-E-G is de grondpositie
E-G-C is de "eerste omkering"
G-C-E is de "tweede omkering"
Laten we luisteren naar deze omkeringen:

grondpositie, eerste omkering en tweede omkering van het C majeur akkoord