home \ muziektheorie III \ pagina 3
Je kunt vanaf elke toon van een toonladder een akkoord opbouwen. Afhankelijk van op welke toon je start krijg je dan een majeur, mineur of verminderd akkoord.
We kijken weer naar de toonladder van C majeur. Als je op de eerste toon begint, krijg je het C majeur akkoord, zoals we eerder zagen:
De Romeinde I wordt gebruikt om aan te geven dat dit akkoord is gebouwd op de eerste toon uit de toonladder. We noemen dit ook wel de eerste trap. Het eerste akkoord van een majeurtoonladder is altijd een majeurakkoord.
We kunnen hetzelfde doen vanaf de tweede toon (de "tweede trap"):
In navolging van de eerste wordt hier de Romeinse II gebruikt. We hebben in dit akkoord een kleine en een grote terts: het is een mineurakkoord. In een majeurtoonladder is het tweede akkoord altijd een mineur akkoord.
We gaan zo verder met het derde akkoord:
Ook dit is een mineur akkoord. Trap III in een majeurtoonladder is een mineurakkoord.
De volgende: trap IV:
Het F akkoord is majeur. IV = majeur.
Het vijfde akkoord (V):
Ook weer majeur. V = majeur.
Nummer VI:
Een kleine en grote terts: dit is een mineurakkoord. VI = mineur.
En de laatste: nummer/trap VII!
Twee kleine tertsen: dit is een verminderd (dim) akkoord. Dus VII = dim.
We hebben de toonladder van C majeur gebruikt, en daarmee zitten we in de toonsoort C majeur. Als we alle akkoorden samennemen, is dit wat je krijgt (let er op dat je "majeur" weglaat bij majeurakkoorden,"m" betekent mineur, "dim" betekent verminderd):
I = C
II = Dm
III = Em
IV = F
V = G
VI = Am
VII = Bdim
Deze akkoorden klinken als volgt:

I, II, III, IV, V, VI, VII en tot slot weer I.
Als je de exacte tonen (C, D, E, etc) weglaat, krijg je de meer generieke structuur:
I - IIm - IIIm - IV - V - VIm - VIIdim
Voor de duidelijkheid kun je de trappen van majeurakkoorden met hoofdletters en die van mineurakkoorden met kleine letters schrijven:
I - ii(m) - iii(m) - IV - V - vi(m) - vii(dim)
Deze indeling van trappen gaat op voor alle majeurtoonladders!